“Het is zaliger te geven dan te ontvangen”

Boksschoolhouder Gerard Bok. foto Finn Peeters

Oud-profbokser Gerard Bok geeft al sinds 1996 bokstraining in het oude badhuis aan de Delfgaauwstraat 38 in het Liskwartier. Hier hangt niet de zakelijke sfeer van een moderne sportschool maar proef je de rijke Rotterdamse boksgeschiedenis; foto’s van oude bokshelden, een houten vloer waarin het zweet van jaren harde training is opgenomen, een boksring met katoenen touwen.

Op een zaterdagmorgen zijn een stuk of vijftien mensen in duo’s aan het trainen. Gerard roept welke serie stoten geplaatst moet worden op de handschoenen van de ‘tegenstander’ en soms is er ruimte om even écht te boksen. “Handen hoog!”, roept Gerard dan, want het is niet de bedoeling dat het hoofd wordt geraakt. Toch gebeurt dat weleens, maar gelukkig nooit echt hard. Als de zoemer gaat, is er een korte pauze, Gerard giet bij sommige boksers wat water naar binnen via een grote fles met een gebogen rietje. 

Naast mij zit Joris even uit te puffen. Vier jaar geleden kwam hij mee met zijn oom Piet, die hier al tientallen jaren bokst. Hij houdt van de huiskamersfeer die hier heerst, en van boksen leer je veel; je staat onder druk en dan moet je ontspannen blijven maar wel alert, je moet je emoties zoals angst en boosheid onder controle zien te houden en fysiek en technisch moet je constant blijven werken. 

Gert, in het dagelijks leven docent aan een slagersvakschool, komt hier samen met zijn vrouw Angelique en hun twee zoons. De oudste zoon werd vroeger gepest op school en leerde door het boksen om voor zichzelf op te komen en ontwikkelde zo zelfvertrouwen. Onlangs is hij geslaagd voor de middelbare school en nu gaat hij naar de PABO om leraar te worden. Hun jongste zoon heeft het syndroom van Down en bokstraining kan hem zelfbeheersing aanleren als hij boos is. Ook voor een aandoening als Parkinson is boksen een hele geschikte sport om de balans, de coördinatie en het reactievermogen te trainen, daarom worden bij deze boksschool ook aparte groepstrainingen gegeven voor mensen met de ziekte van Parkinson.  

Als ik Gerard zelf vraag wat hij nou eigenlijk zo mooi vindt aan de bokssport, verwacht ik dan ook een mooi betoog te horen over hoe je jezelf met boksen fysiek en mentaal kan ontwikkelen, maar niks van dat alles: “Het is mooi als je anderen de baas kunt zijn”, zegt Gerard. Hij is er trots op dat hij in zijn hele carrière nog nooit knock-out is gegaan (maar anderen wel knock-out heeft geslagen) hoewel hij in een gevecht met een Russische amateurkampioen zo werd toegetakeld dat zijn vrouw hem daarna niet meer herkende. Het motto van Gerard is dan ook het bijbelse gezegde ‘Het is zaliger te geven dan te ontvangen’.

Nu, op zijn 82e, deelt Gerard geen klappen meer uit maar geeft hij nog wel veel. Marvin komt hier al tien jaar en zegt over Gerard: “Hij heeft mensenkennis en hij geeft ons zijn tijd; als je je tijd geeft dan ben je the best.” Joris vindt Gerard heel zorgzaam voor iedereen: “Op een relaxte manier geeft hij iedereen aandacht en ook geeft hij anderen de ruimte om instructies te geven.” Gert zegt dat Gerard een echte Rotterdammer is, recht toe recht aan, nooit ergens omheen draaien en altijd respect voor elkaar houden. Wendy vertelt me dat Gerard een echt mensenmens is die goed oplet. Ze voelt zich nooit onveilig op de training, er heerst een warme sfeer van familie, van vrienden.  

Inmiddels is Gerard dus al 82 jaar. Hij werd als oorlogskindje geboren in Rotterdam-Zuid nadat zijn ouders bij het bombardement hun woning hadden verloren. Met de bokssport kwam hij in aanraking doordat hij aan zijn conditie wilde werken om zo een betere voetballer te worden. 

Maar ooit zal er toch een eind aan zijn tijd als boksschoolhouder komen. Natuurlijk denkt hij daar weleens over na en er zijn ook concrete plannen geweest om de boksschool over te dragen aan iemand anders. Maar uiteindelijk ging dat niet door. Gerard wil de school die hij met zoveel liefde heeft opgebouwd alleen overdragen aan iemand in wie hij het volste vertrouwen heeft. 

Na afloop van de training zeg ik Gerard gedag. Op de balie bij de ingang staan schalen met parten appel en sinaasappel.