De stadscamping aan de Kanaalweg in Blijdorp bestaat al sinds 1957, maar is bij veel buurtbewoners onbekend. De doelgroep bestaat voornamelijk uit buitenlandse toeristen. Toch weten ook binnenlandse bezoekers de stadscamping te vinden. Voor eigenaren Roderick, Ciska en hun zoon Floris is een lange werkdag heel normaal. Ondanks de drukte laten ze me graag hun ‘groene parel’ zien.
De zon hangt in een wolkeloze lucht als ik het kampeerterrein betreed. Op het terrein staan veel campers met kentekens uit Duitsland, Italië en Frankrijk. Klaptafels en -stoelen staan gezellig voor de deur van de camper. In de buurt van de receptie staat een Italiaans gezin uit Bologna hun spullen in te pakken. “We vinden het hier fijn, omdat het heerlijk rustig is en we vanuit hier snel in het centrum van Rotterdam zijn”, zegt de vader. Later die dag vertrekken ze weer richting Italië.
Een indrukwekkende biodiversiteit
De camping dankt haar allure niet alleen aan de centrale ligging, maar ook aan de natuur. Tussen de staanplaatsen leven bijzondere vogels, insecten, egels en nog veel meer dieren. “Vorige week gaven we een rondleiding aan een bioloog die onder de indruk was van hoe ongerept en gevarieerd de natuur hier is”, vertelt Ciska. Samen met haar zoon plaatst ze regelmatig insectenkasten en vogelhuisjes om de biodiversiteit te versterken.
De groene parel ligt op grond van de gemeente. In de jaren tachtig ging het wat minder goed met de camping, nadat een vorige beheerder vertrok door oplopende kosten. “De gemeente hield het terrein tijdelijk zelf draaiende en zocht via een oproep in de krant een nieuwe uitbater”, vertelt Roderick. “Ze zochten naar iemand die al werk had, omdat er in de eerste jaren verlies gedraaid zou worden.” De ouders van Roderick namen het stokje uiteindelijk in 1992 over. “Na het plotselinge overlijden van mijn vader in 1996 stopte ik met mijn studie, zodat ik mijn moeder kon helpen”, geeft Roderick aan.
Buitenlandse en binnenlandse bezoekers
Inmiddels heeft de stadscamping jaarlijks zo’n 35.000 overnachtingen. De camping ontvangt veel gasten die lekker de stad willen ontdekken en tegelijkertijd willen verblijven in een rustige, groene omgeving. De vele campinggasten zijn door hun bestedingen in de stad natuurlijk ook goed voor de economie van Rotterdam.
Hoewel het merendeel van de bezoekers bestaat uit buitenlandse toeristen, trekt de stadscamping ook niet-vakantiegangers aan. “Tijdens de marathon in april hadden we superveel bezoekers, maar door de ruimte op de kampeervelden goed te benutten, hebben we altijd wel plek”, geeft Floris aan. “Jaarlijks ontvangen we ook veel gasten die voor het North Sea Jazz festival komen. Als ze dan allemaal op het festival zijn, staat het kampeerterrein vol met caravans, campers en tenten, maar zie je hier de hele dag niemand.”
“Om reistijd te besparen verblijven hier ook regelmatig familieleden van patiënten die in Rotterdam onder behandeling staan in een ziekenhuis”, zegt Ciska.
Toekomst
Wat de toekomst voor de camping in petto heeft is nog onzeker. Het gaat niet altijd even soepel in de samenwerking met de gemeente. “We huren de grond van de gemeente, maar de camping is in ons bezit”, zegt Roderick. “Dat maakt het lastig om te investeren in nieuwe duurzame voorzieningen, personeel, bouwwerken, infrastructuur en energie die nu eenmaal veel geld kosten. Als de gemeente over een paar jaar de huur opzegt, zijn die investeringen voor niks geweest; dat risico kunnen we als ondernemer op deze manier niet nemen.”
Op een van de staanplaatsen maakt een groep Franse kampeerders zich klaar voor vertrek richting de Keukenhof. Stoelen worden ingeklapt en routes worden ingecalculeerd door de navigatiesystemen. Terwijl de ene na de andere camper stapvoets het enorme grasveld achter zich laat, loop ik nog een rondje over de camping en loop ik de Franse reisleiders tegen het lijf: “We komen hier al drie jaar en we vinden het een heerlijke plek”, geven ze aan. “Hopelijk kunnen we nog lang terugkomen.”

