De Blijdorpse Esther Rozendaal is hoogleraar Digitale Veerkracht. Ze onderzoekt met haar team binnen het Erasmus Movez Lab hoe kinderen en jongeren veerkrachtig kunnen deelnemen aan de digitale samenleving. Ze gebruiken vernieuwende gametechnologie om aan te tonen hoe media-educatie kan worden verbeterd.
Het lijkt een breed werkterrein, hoe gaan jullie daarmee om in het onderzoek?
“Het is inderdaad een breed werkterrein, maar wij beperken ons tot één hoofdvraag: Hoe kunnen we jongeren het beste ondersteunen om alle kansen uit de online wereld optimaal te benutten en ze tegelijkertijd weerbaar maken. Daar hoort natuurlijk ook de balans tussen online en offline bij, schermtijd en buitenspelen moet in balans zijn. Het is belangrijk hoe hun online gebruik eruitziet. Welke apps heb je en wat doe je binnen die apps?”
Hoe weet je wat er speelt?
“We zien vooral een discussie tussen volwassenen met hun normen en waarden over de jongeren. Wij vragen met onze onderzoeksmethodes juist jongeren als co-onderzoekers. Jongeren hebben behoeftes die horen bij het opgroeien. Daar speelt ontdekken een grote rol, dus vragen wij aan hen: Wat gebeurt er op sociale media, hoe ervaar jij dat, kan je dingen zelf oplossen of heb je daar iemand bij nodig? Als onderzoeker stel je deze vragen gemakkelijker dan als ouder, het gesprek wordt daardoor opener.”
Zijn jongeren zich bewust van de negatieve kanten?
“Er is wel degelijk bewustzijn, hoewel er grote verschillen zijn. Als je wat langer over hun ervaringen doorpraat, kun je ook de negatieve kanten bespreken en eigenlijk komen ze dan met dezelfde bezwaren als de volwassenen. In de klas leren ze snel van elkaar. Het is effectiever als een kind tegen een ander zegt: ‘Als je dit probleem hebt op Instagram, dan moet je dat zo oplossen’. Met name basisschoolleerlingen willen best hun vragen delen met ouders of docenten, toch doen ze het vaak niet. Ze zijn bang voor de reactie: ‘Ik zei toch dat je dit niet moest doen’.”
Hoe komt het dat de verschillen groot zijn?
“Omgeving speelt een grote rol. Jongeren die oudere broers en zussen hebben zijn veel verder. Sommige jongeren zijn uit zichzelf onderzoekend, handig met apps, zij leren door te doen. Ook school is een belangrijke factor. Ouders hebben soms minder kennis en weten niet precies wat de gevaren zijn. Ze zitten zelf niet op Snapchat, maar horen wel de verhalen over ronselpartijen door criminelen of meisjes die worden exposed. Je mag bij alles fouten maken, maar in de omgang met sociale media heeft dat grote gevolgen. Helaas is die houding van de ouders voor kinderen en jongeren niet helpend. Als ze wel fouten maken moeten ze iemand hebben waar ze te rade kunnen gaan. Ik geloof niet in het verbieden tot een magische leeftijd. Een volledig verbod is niet de oplossing, het creëren van veilige plekken is dat is wel.”
Hoe breng je het onderzoek onder de aandacht?
“Wetenschappelijk onderzoek wordt gepubliceerd in wetenschappelijke tijdschriften. Wij zoeken nog meer manieren om alle inzichten de wereld in te slingeren. We werken nauw samen met kinderen en jongeren, ouders, scholen, jeugdwerkers en diverse andere organisaties. Eveneens met makers van digitale programma’s en apps, ook al hebben zij een commercieel belang, het is goed dat zij meediscussiëren.”
Gaat AI nog een belangrijke rol spelen?
“AI gaat zeker een belangrijke rol spelen in het leven van kinderen en jongeren, dat doet het eigenlijk al. Meer dan zij soms denken. We hebben een mooi project dat Ontrafel de AI-machine heet. Dat is ontwikkeld door kunstenaar Maarten Bel, samen met mijn collega David Blok en NEMO. De AI-machine begrijpt de wereld nog niet helemaal. Kinderen worden uitgenodigd om vragen te stellen en de machine te testen. De boodschap van het project is natuurlijk dat je altijd zelf moet blijven nadenken.”
Meer info: www.moveznetwork.eu

