“Ik moet doorzetten!”

Nahid Habibnjad. foto Helen van Vliet

Nahid Habibnjad (61) volgde in Teheran een kappersopleiding, trouwde en kreeg twee zonen. Toen de politieke situatie in Iran onhoudbaar werd besloot het gezin naar Nederland te vluchten, Nahid was toen 27 jaar. Na enige tijd wilde ze weer aan het werk. Ze moest haar kappersopleiding opnieuw doen en volgde daarnaast de opleiding schoonheidsspecialiste. Na een aantal jaren ervaring bij verschillende kapsalons opende ze 25 jaar geleden haar eigen zaak in de Abraham Kuyperlaan: Chez Anahid Coiffures et Beauté.

Nahid: “Niemand wist van ons vertrek, eenmaal in Nederland konden we om veiligheidsredenen alleen bellen dat we veilig waren, we mochten niet zeggen in welk land we verbleven. In de AZC’s konden we niet blijven, mijn man liep ook daar gevaar. Door alles wat we hadden meegemaakt werd hij depressief. Via het COA (centraal orgaan opvang asielzoekers) kregen we een gemeubileerd huis aangeboden. De jongens gingen naar school en wij konden bijkomen van alles wat we hadden meegemaakt. Na acht maanden sprak ik met de moeders op het schoolplein goed Nederlands. Ze hielpen met alles, toen ik mijn opleiding opnieuw deed bleven mijn jongens over op school en mochten ze daarna met een vriendje mee. Ik moest doorzetten: theorie leren, stagelopen en voor mijn gezin zorgen. Gelukkig brachten mijn vriendinnen van het plein me twee keer per week een maaltijd of aten we bij hen, ik heb nog steeds contact met ze.

Ik werkte bij verschillende kapsalons, mijn man was inmiddels opgeknapt en ging ook aan het werk. We verhuisden en konden ons huis nu zelf inrichten. Bovendien wilde ik graag een eigen zaak beginnen. Ik maakte een ondernemersplan, alles leek voor elkaar. Op de dag dat ik zou tekenen bij de bank moest mijn man ook tekenen, maar hij kwam niet. Hij had zich bedacht en vond dat ik moest kiezen tussen hem en de zaak. Ik was intens verdrietig, maar koos uiteindelijk toch voor hem. 

Gelukkig kon ik terugkeren naar mijn oude baan en in het weekend werkte ik als ambulante kapper bij mensen thuis. Na negen jaar huwelijk besloot mijn man om ons toch te verlaten, hij droeg de ballast uit Iran nog altijd met zich mee. Ik moest toveren om alles voor elkaar te krijgen en wilde toch mijn droom waarmaken. Een vriend tipte me dat er in Rotterdam een pand leegstond, het moest worden opgeknapt, maar ik ging ervoor. Spullen zoeken op marktplaats en opnieuw een ondernemingsplan maken. Helaas wilde de bank mij als éénoudergezin niets lenen. Ik las over Mama Cash in Amsterdam, ze stonden niet onwelwillend tegenover mijn plannen. Hulp vragen moest in mijn eigen provincie. Dat ging moeizaam, uiteindelijk heb ik sieraden en een Perzisch tapijt gepakt, ben naar Den Haag gereden en heb alles op tafel gegooid: ‘dit is alles wat ik heb, zeg alsjeblieft dat het goed is.’ De enige vrouw in het gezelschap antwoordde: ‘Als we haar niet met zijn allen helpen, dan doe ik het zelf’. Eindelijk kon ik van start. De bovenverdieping werd opgeknapt, de salon liep jarenlang prima. Ik had naast mijn werk talloze cursussen gedaan en kon het hele schoonheidspakket aanbieden, beneden wilde ik een spa realiseren. Ik ontmoette Ronald, een schat van een man, die ook nog handig was met verbouwen. We gingen een paar maanden dicht en toverden de salon om tot een paradijs. 

Op de dag van de heropening, zes jaar geleden, behandelde ik mijn eerste klant beneden in de spa. Mijn telefoon ging, toen hij bleef rinkelen nam ik op en waarschuwden mensen me dat er brand was in mijn etalage. Ik vulde een emmer met water, toen ik me omdraaide brandde de hele etalage en na acht minuten was de bovenverdieping uitgebrand. Mijn klant in de spa had gelukkig niets, maar op dat moment zonk de moed me in de schoenen. Ik schaamde me tegenover Ronald, doordat er bloemen omvielen op een kaars was al zijn werk voor niets geweest. Gelukkig waren daar mijn twee inmiddels volwassen zonen, ze zeiden tegen Ronald: jij doet het pand, wij zorgen voor mama. Ze hebben met me gepraat, Ronald en ik zijn even op vakantie te gaan en daar dacht ik toch weer: ik moet doorzetten! De verzekering zag dat het een ongeluk was, we konden de zaak weer opnieuw opbouwen. 

Ik werk alleen, mensen komen zelfs uit Leeuwarden voor een beautydag. Dan kook ik voor ze, op deze manier heb ik veel vrienden gekregen. Ronald en ik hebben het goed, met de jongens gaat het prima en ik ben oma geworden. Mijn salon hoop ik nog jaren voort te zetten, mijn werk is mijn passie, mijn lust en mijn leven.